grote onderzoeken 2008/300
DOSSIER BELASTINGDIENST WIJZIGT UITBETALING VAN KINDEROPVANGTOESLAG
Uit verschillende klachten die begin 2008 bij de Nationale ombudsman zijn ingediend bleek dat de uitbetaling van de kinderopvangtoeslag was gewijzigd ten opzichte van de daaraan voorafgaande jaren.
De wijziging had te maken met de manier waarop de Belastingdienst omging met het uitbetalen van kinderopvangtoeslag, nadat iemand een verzoek had gedaan om die toeslag stop te zetten. Voorheen betaalde de Belastingdienst, na zo'n verzoek tot stopzetting tot aan de datum van de stopzetting elke maand het volledige bedrag aan kinderopvangtoeslag uit. Nu is de situatie zo dat de Belastingdienst het nog resterende bedrag aan toeslag, vanaf de datum dat het verzoek om stopzetting is ingediend, uitbetaald verspreid over de rest van het jaar.
Een voorbeeld: een iemand heeft op jaarbasis recht op € 6.000 kinderopvangtoeslag, dat is € 500 per maand. Deze toeslaggerechtigde dient in april een verzoek om de kinderopvangtoeslag te stoppen per 1 juli. Het nieuwe jaarbedrag waar deze persoon dan recht op heeft, is dan € 3.000. Voorheen zou de Belastingdienst/Toeslagen tot 1juli elke maand € 500 betalen (€3.000 / 6 maanden) en daarna stoppen met de uitbetaling. Met de nieuwe methode wordt € 3.000 afgeboekt en resteert een jaarbedrag van € 3.000. Daarvan is in de maanden januari tot en met april al € 2.000 uitbetaald. Voor de maanden mei en juni bestaat nog recht op € 1.000. Dit bedrag wordt verdeeld over acht maanden waarbij de toeslaggerechtigde van mei tot en met december € 125 per maand ontvangt.
Vanwege de vaak grote bedragen die met de kinderopvangtoeslag gemoeid gaan, was de kans groot dat mensen die recht hadden op deze toeslag door de handelswijze van de Belastingdienst in de financiële problemen zouden komen.
De Nationale ombudsman oordeelde dat de klacht gegrond was wegens schending van het evenredigheidsvereiste. Het doel van de kinderopvangtoeslag is het financieel ondersteunen van de toeslaggerechtigden in de kosten van de kinderopvang, zo meent de ombudsman. Dit moet gebeuren op het moment dat deze kosten worden gemaakt. Bij het invoeren van de nieuwe werkwijze heeft de Belastingdienst niet stilgestaan bij de mogelijke financiële consequenties voor de toeslaggerechtigden.
Bovendien heeft de Belastingdienst de invoer van deze nieuwe werkwijze niet bekend gemaakt bij de toeslaggerechtigden. De ombudsman heeft de Belastingsdienst dan ook laten weten dat het wenselijk is dat ze in de toekomst over zulke belangrijke wijzigingen op een heldere manier communiceert.
- Rrapport 2008/300 (PDF)
Om pdf-documenten te kunnen openen hebt u het programma Acrobat Reader nodig. Als dit programma niet op uw computer aanwezig is kunt u dit downloaden.
