2013/178: Klacht over Secretaris-Generaal na voordragen kandidaat voor hoge militaire functies

Rapport

Verzoeker is een beroeps- en belangenvereniging voor officieren en middelbaar en hoger burgerpersoneel bij Defensie. Verzoeker wendde zich tot het ministerie van Defensie met twee meldingen van vermeende misstanden van zakelijke integriteit door de Secretaris-Generaal (SG) van het ministerie van Defensie. Beide meldingen betroffen de voordracht door de SG voor de aanstelling van een burgerambtenaar op een tweetal hoge militaire functies binnen het ministerie.

Verzoeker klaagde erover dat de SG de integriteit althans een behoorlijkheidsvereiste heeft geschonden door een burgerambtenaar die niet aan de in de regelgeving gestelde eisen voldeed voor te dragen voor twee hoge militaire functies.

De Nationale ombudsman stelde voorop dat het niet aan hem is om vast te stellen dat de SG de integriteit heeft geschonden door de betreffende burgerambtenaar voor te dragen voor twee hoge militaire functies, omdat hij over de benoemingen als zodanig geen oordeel heeft. Wel constateerde de Nationale ombudsman dat verzoeker door het niet transparante beleid van de SG om een burgerambtenaar voor te dragen voor twee hoge militaire functies zijn vertrouwen in het ministerie van Defensie was kwijtgeraakt. Dat uitte zich in deze zaak doordat verzoeker er niet van is overtuigd dat de betreffende burgerambtenaar aan alle vereisten voor het vervullen van de twee hoge militaire functies voldeed.

De Nationale ombudsman overwoog verder dat juist in deze tijd waarin het ministerie van Defensie te maken heeft met grote bezuinigingen en reorganisatie het van belang is dat de bij Defensie werkzame medewerkers weten waar men aan toe is. De onderhavige functies zijn hoge militaire functies. Het is dan ook niet vreemd dat bij de hoge militaire ambtenaren de gerechtvaardigde verwachting bestond dat een van hen voor deze functies in aanmerking kwam. Indien de minister van dit verwachtingspatroon wilde afwijken, dan had het van de minister dan wel van de SG mogen worden verwacht duidelijkheid te geven over de gemaakte keuze en de hierdoor ontstane vragen te beantwoorden.

Door onvoldoende inzicht te geven in de beweegredenen tot het benoemen van een burgerambtenaar op de twee hoge militaire functies en door niet aan te geven waarom er geen geschikte militaire kandidaten voorhanden waren heeft de minister uit het oogpunt van transparantie niet juist gehandeld. De Nationale ombudsman oordeelde dat de onderzochte gedraging niet behoorlijk was.

Overige klachtonderdelen:

-Verzoeker klaagde er verder over dat de minister zijn klacht niet in behandeling wilde nemen. De Nationale ombudsman overwoog dat de minister door de klacht niet in behandeling te nemen in strijd had gehandeld met het beginsel van fair play.

- Voorts klaagde verzoeker er over dat de minister zonder nader onderzoek tot de conclusie was gekomen dat er geen sprake was van een misstand. Te dien aanzien overwoog de Nationale ombudsman dat de minister had gehandeld in strijd met het motiveringsbeginsel.

Instantie: minister van Defensie

Klacht:

behoorlijkheidsvereiste geschonden door een burgerambtenaar die niet aan de in de regelgeving gesteld eisen voldeed voor te dragen voor twee hoge militaire functies.

Oordeel:

Gegrond

Instantie: minister van Defensie

Klacht:

niet bereid om verzoekers meldingen in behandeling te nemen.

Oordeel:

Gegrond

Instantie: minister van Defensie

Klacht:

zonder nader onderzoek van oordeel dat er in dit geval geen sprake is van een vermoeden van een misstand.

Oordeel:

Gegrond