Werkwijze Rapport of interventie

Naar een rapport

Onderzoeksproces

In de gevallen waarin geen gebruik wordt gemaakt van de interventiemethode begint het feitenonderzoek gewoonlijk met het samenvatten van de klacht uit het verzoekschrift. De verzoeker krijgt bericht dat, gezien zijn klacht, is besloten een onderzoek in te stellen; hij heeft de gelegenheid om desgewenst op de klachtsamenvatting te reageren. Het bestuursorgaan krijgt de klachtsamenvatting en het verzoekschrift, soms aangevuld met specifieke vragen, met het verzoek om daarop te reageren; daarvoor krijgt het bestuursorgaan in de regel vier weken. Deze stukken gaan zoveel mogelijk tegelijkertijd rechtstreeks in afschrift naar het betreffende dienstonderdeel en ook, indien bekend, naar de ambtenaar op wiens gedraging de klacht betrekking heeft. De Nationale ombudsman stelt de verzoeker in beginsel op de hoogte van de antwoorden en/of de gegevens die tijdens het onderzoek zijn verkregen. De verzoeker kan hierop reageren. Voorzover nodig wordt zijn antwoord weer voorgelegd aan het bestuursorgaan. Aldus wordt recht gedaan aan het beginsel van hoor en wederhoor (artikel 9:30 AWb), een basisvereiste van een zorgvuldig onderzoekproces.
De Nationale ombudsman speelt tijdens het onderzoek een actieve rol. Hij neemt initiatieven, stelt vragen en bepaalt wanneer hij van oordeel is dat de betrokkenen over en weer voldoende hebben kunnen reageren. Hierna gaat hij over tot het opstellen van het verslag van bevindingen. Het kan overigens gebeuren dat de feiten niet eenduidig zijn vast te stellen, omdat de verklaringen van partijen en eventuele andere gegevens strijdig zijn met elkaar en er geen reden is om aan de juistheid van een van beide standpunten te twijfelen. In een dergelijk geval zal de Nationale ombudsman in zijn rapport over de betreffende gedraging geen oordeel geven.

Lees voor